Een tijdje geleden werd ik uitgenodigd voor een barbecue. Nu heb ik op zich niet zoveel met dit fenomeen van verbrande stukken etenswaar, maar ja, het schijnt bij de zomer te horen. En daarnaast is het natuurlijk ook wel gezellig, zo’n groep mensen bij elkaar.

Wel eens opgevallen dat er praktisch altijd een ‘echte man’ aan het roer van de barbecue staat? Ik heb het hier over een ‘échte’ barbecue, eentje op kolen. Dat komt natuurlijk omdat ‘mannen en vlees’ en ‘mannen en vuur’ onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn vanuit de oertijd. Het is gewoon zo’n DNA-dingetje. En mocht dat niet zo zijn, dan nog zal er graag mee worden geschermd.

Geschiedenis
Toen in de tijd van de holenmens het vuur en het vuursteenmes werden ontdekt, kon men eindelijk stukken vlees gaan eten. Rauw vlees was toen al niet goed tot helemaal niet verteerbaar voor de mens (tot zover het ‘wij zijn gemaakt om vlees te eten-verhaal), maar nu kon men het eerst even lekker op de grill gooien, zeg maar. Daardoor werd het vlees ineens wel weg te werken. Dat verschil in vertering heeft men trouwens ontdekt door onderzoek van versteende uitwerpselen. En er schijnt zelfs  een recept te zijn, geschreven in spijkerschrift, van geroosterde zebradij met knof en peterselie, dik 5500 jaar oud.

Het woord
De meningen over de herkomst van het woord ‘barbecue’ zijn verdeeld. Het eerste verhaal gaat over de Arawakan-indianen die vroeger op Puerto Rico, Hispanola en Cuba leefden. Het woord baracbicu betekent in hun taal ‘heilig vuurbed’. Het woord barabucoa zou weer ‘de stookplaats met 4 poten met veel stokken waarop het vlees werd geplaatst’ betekenen.
Het tweede verhaal kent zijn oorsprong vanuit het Franse woordje Boucanier (piraat). De Taino-indianen gebruikten het woord boucan voor een houten rooster waarop het vlees werd gerookt. Boucan staat ook voor ‘gerookt vlees’. Een indiaan die vlees roosterde werd een boucanier genoemd. Toen deze indianen zich meer als piraten gingen manifesteren, kreeg het woord boucanier een wat andere betekenis. (Bron: Fonteijn).
Overigens schrijf je barbecue met een C en niet met een Q. Ook niet in het Engels dus! De verwarring is ooit ontstaan door de Q in de Engelstalige afkorting BBQ. Daar spreek je de letter Q uit als ‘kjoe’.

Groentegrill
Tot zover een stukje geschiedenis over de barbecue, die typische bezigheid waarbij de man zich weer even jager durft te voelen. Jager van voorverpakte, aan stokken geregen blokjes vlees op mooie pre-historische foamschaaltjes. Nu even terug naar mijn grillfeestje van afgelopen zaterdag. Vorig jaar heb ik voor dergelijke feesten en partijen mijn eigen grillbolletje gekocht: een kleine barbecue die door niemand, ik zeg niemand dus, gebruikt mag worden, behalve door mij. Daar staat simpelweg een soort van doodstraf op. Op mijn bolletje wordt slechts groente geroosterd. Of tofu, seitan en tempeh. Meer niet!

Tot vorig jaar vond ik het wel een probleem wat ik nu op mijn rooster moest gooien. Ook ik kwam af en toe niet verder dan een courgette, gemarineerde aubergine en een gepofte aardappel. Dat laatste blijft natuurlijk heerlijk, zeker met rucola! Maar er kan nog zoveel meer. Uiteraard zijn kruiden, specerijen en sausjes onontbeerlijk, maar ook marinades zijn smaakbepalend. Als ik het heb over sausjes en marinades, bedoel ik niet dat spul uit een potje, bakje of flesje, maar écht zelfgemaakt. En dat is niet moeilijk, je moet er alleen wel zin in hebben natuurlijk.

Mijn grillfeestje was in ieder geval supergeslaagd! Ik had courgetterepen met zelfgemaakte hoisinsaus,  polentakoekjes met olijven en andere kruiderijen, de allerbeste burgers ooit met een salsa van tomaat, koriander en rawitpepertjes en een werkelijk zalige saté van tempeh in kokosmelk met perzikdip. En laat ik van die laatste nu het recept willen delen met jullie! Oh, en de satés zijn ook erg lekker bij een Indiase of Thaise maaltijd! Of zomaar, als snack natuurlijk.

Bron: Vegan Grill

Share

Tempeh-saté met perzik-kokossaus

By Helena Published: August 20, 2013

  • Yield: 6 Servings

Een tijdje geleden werd ik uitgenodigd voor een barbecue. Nu heb ik op zich niet zoveel met dit fenomeen van verbrande stukken …

Ingredients

Instructions

  1. Meng de ui, het citroengras, de gember en de knoflook in een blender en pureer.
  2. Voeg kokosmelk, pepersaus, suiker en water toe en meng tot een gladde saus (blijft door de gember wat dradering, maar dat is oké).
  3. Giet alles in een sauspan en voeg de limoenzest toe. Breng het mengsel aan de kook op halfhoog vuur en voeg de tempehblokjes toe. Zorg dat de blokjes bedekt zijn met de marinade en laat zo'n twintig minuten met het deksel op de pan doorsudderen op laag vuur.
  4. Haal de pan van het vuur af en laat het mengsel afkoelen. Verwijder hierna de blokjes tempeh uit het mengsel en rijg ze aan satéstokjes. Bewaar de marinadesaus!
  5. Meng de overgebleven marinade met de jam, het citroensap, de sojasaus en 70 ml. water. Breng aan de kook en laat de saus, af en toe roerend, wat verder indikken.
  6. Vet de saté in met de sesamolie en grille ze rondom tot ze bruin aan alle kanten zijn. Serveer met de saus over de satés of ernaast als dipsaus.

WordPress Recipe Plugin by ReciPress